Voorwoord

Prof. dr. Frans J. Meijman, arts
hoogleraar medische publieksinformatie
Afdeling Metamedica, VU medisch centrum


"Het gebruik van alcoholische dranken in Nederland blijft stijgen. Wijntje, biertje, proseccootje: we drinken steeds meer, steeds vaker en steeds jonger. In vijftig jaar tijd zijn we in Europa opgeklommen van hekkensluiter naar de kopgroep van alcohol consumerende landen. Ook op het gebied van xtc-, cannabis- en cokegebruik doen we niet onder voor onze buurlanden. De indrukwekkende consumptie van genotmiddelen zien we terug in de verslavingsstatistieken. De verslavingszorg kan de groei nauwelijks bijbenen. Beleidsmakers proberen het tij te keren met het opzetten van poliklinieken voor aan alcohol en drugs verslaafde schooljeugd en de bouw van vijfsterren afkickhotels. Maar waar houden gezellig drinken, roken en snuiven op en begint het problematische traject van hardnekkig en onaangepast gebruik? En waarom slaagt Hans erin om het gebruik van alcohol of speed binnen de perken te houden en raakt zijn broer Wim verslaafd, terwijl hun moeder afhankelijk is van slaaptabletten en vader als alcoholist betiteld kan worden? En wat maakt het voor Wim toch zo lastig om van de drank of de pillen af te blijven, ondanks herhaalde bezoeken aan verslavingsklinieken?
Verslaving is lange tijd gezien als een vorm van aangeleerd gedrag met een hoofdrol voor omgevingsfactoren. Omdat men dacht dat aangeleerd gedrag ook weer afgeleerd kon worden, is de behandeling daarop afgestemd. Maar uit genetisch en neurobiologisch onderzoek komen steeds meer aanwijzingen dat bij alcoholisme en andere vormen van verslaving sprake is van een chronische hersenziekte met afwisselend herstel en terugval. Tevens lijkt er aanleg in het spel: sommige mensen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van een verslaving dan anderen. Volgens neurowetenschappers gaat het bij verslaving om de verstoring van de regeling in de hersenen: een subtiel netwerk van biochemische sturing en remming is verkeerd ‘afgesteld’. Dit netwerk is een informatieverwerkend proces met een ijzersterk geheugen. Verslaving hoeft daarbij niet – zoals wel lang gedacht is – noodzakelijkerwijs specifiek voor een bepaald middel te zijn. Maar eenmaal vastgelegd is verslaving moeilijk uit het geheugen te wissen. De volkswijsheid ‘eenmaal verslaafd altijd verslaafd’ lijkt ondersteund te worden door de ‘nieuwe’ wetenschappelijke inzichten. Kortom: het is een tijd van biologische verklaringen en medische oplossingen.
Maar hoe nieuw is deze biologisering en medicalisering van verslaving nu eigenlijk? En wat kunnen verslaafden en hulpverleners met al deze kennis? Betekent het herkennen en erkennen van verslaving als een hersenziekte dat omgevingsfactoren er niet meer toe doen, dat psychosociale vormen van verslavingszorg hebben afgedaan, dat alle verslavingen op dezelfde manier behandeld kunnen worden en de stigmatisering van wilsonbekwame verslaafden tot het verleden zou gaan behoren?
Chemie van verslaving wil op een toegankelijke en prikkelende wijze informeren over de snelle ontwikkelingen op het gebied van verslavingsstofjes en genen. Het draait om de mogelijke gevolgen voor hoe wij verslaving beleven en bestrijden. Wij laten zien dat op geleide van het motto ‘nieuwe Omo wast witter’ iedere generatie op haar eigen wijze omgaat met middelen en verslaving. Ook nu lijkt sprake van een wisseling van de wacht in het laboratorium van de samenleving: van genuanceerde verklaringen en ‘zachte’ aanpak naar een één-rechts-twee-averechts-benadering, van een overwegend psychosociale invalshoek naar een biologische en medische optiek. Het is daarom spannend om uit eerste hand van wetenschappers, artsen en andere hulpverleners, verslaafden en ex-verslaafden, en niet in de laatste plaats beleidmakers en politici te horen wat zij weten van en denken te doen met het recente concept van verslaving als een chronische hersenziekte.
Bij het schrijven van dit boek hebben we net als in voorgaande boeken gekozen voor dezelfde benadering, gericht op een zorgvuldige afstemming van een journalistieke en wetenschappelijke aanpak. Wat de deskundigen in dit boek denken, geloven en hopen, valt op basis van de methode van hoor en wederhoor te controleren. De contrasten tussen de uiteenlopende bevindingen en gedachten beogen een afgewogen oordeelsvorming te bevorderen. Bovendien worden de uitspraken in een breder en wetenschappelijk onderbouwd perspectief geplaatst met behulp van zogenoemde ‘kenniskaders’ die gebaseerd zijn op systematisch onderzoek van de wetenschappelijke literatuur.

Het initiatief voor dit boek is binnen de afdeling Metamedica van het VU medisch centrum genomen door prof.dr. Toine Pieters, dr. Stephen Snelders en mijzelf. Wij beschouwen het als een uitdaging om voor een breed publiek toegankelijk te maken hoe in verleden en heden de communicerende vaten van wetenschap én samenleving de alledaagse omgang met ziekte, gezondheid en gedrag beïnvloeden. Het VUmc, de VU Vereniging en het NWO/NGI-programma de Maatschappelijke Component van het Genomics-onderzoek en de Van Coeverden Adriani Stichting hebben ons financieel en logistiek de gelegenheid geboden om het spannende onderwerp ‘Verslaving en de biologische belofte’ onder het maatschappelijke vergrootglas te leggen.
Onze vruchtbare en inspirerende samenwerking met journaliste Anja Krabben voor het boek Kanker…als het in de genen zit (2007) is voortgezet om de kennis en ervaringen van verslaafden, onderzoekers, behandelaars, voorlichters en beleidmakers op een onderzoeksjournalistieke wijze vast te leggen. Richtinggevend was de vraag hoe deze betrokkenen in de alledaagse praktijk nu eigenlijk omgaan met de kennis, toepassingen en beloften op het gebied van verslaving, genen en hersenstofjes. Anja Krabben is er wederom in geslaagd om een wonderlijke waaier van berichten uit het laboratorium van wetenschap en samenleving te modeleren tot een samenhangend, boeiend en soms aangrijpend ‘tableau vivant’. Het wetenschappelijke begin- en eindsalvo is verzorgd door Toine Pieters en Stephen Snelders. Drs. Susanne Vijverberg heeft als onderzoeksassistente een belangrijk aandeel gehad bij het verzamelen en controleren van wetenschappelijke en praktische achtergrondinformatie en cijfermateriaal. De indringende fotoportretten uit het leven van Helen en Peter, die beiden langdurig met een verslaving te maken hebben gehad, zijn van de creatieve hand van fotograaf Rogier Fokke.

Dank gaat uit naar alle geïnterviewden die vermeld staan in de inleiding en naar Prelum Uitgevers in de persoon van Charles Dumas. Zij allen hebben dit boek mogelijk gemaakt."

Amsterdam, mei 2008

Chemie van verslaving
A.Krabben, T.Pieters, S.Snelders
Verschenen: mei 2008
isbn 9789085620440